ECLI:NL:RBDHA:2023:18435
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming derdelander volgens Richtlijn 2001/55/EG bevestigd
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn tijdelijke bescherming, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, te beëindigen per 4 september 2023.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris bevoegd is om de tijdelijke bescherming voor de facultatieve groep derdelanders, waaronder eiser valt, te beëindigen. Daarbij is het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel niet geschonden en is de voornemenprocedure correct gevolgd, inclusief de mogelijkheid tot het indienen van schriftelijke zienswijzen.
Eisers beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat er een gerechtvaardigd onderscheid bestaat tussen de verschillende groepen ontheemden. Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel wordt verworpen, aangezien de beëindiging van de tijdelijke bescherming noodzakelijk is om het asielstelsel en opvangcapaciteit te beschermen, en eiser onvoldoende concreet heeft onderbouwd waarom de inbreuk op zijn belangen disproportioneel zou zijn.
Ten slotte is er geen sprake van vooringenomenheid van de staatssecretaris. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.