ECLI:NL:RBDHA:2023:18964
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uwv mag te veel betaalde WGA-voorschot terugvorderen ondanks latere bonusuitbetaling
Eiser ontving een WGA-vervolguitkering van het Uwv en kreeg in januari 2022 een bonus uitbetaald over het jaar 2021. Het Uwv rekende deze bonus toe aan de maand januari 2022 en stelde vast dat eiser daardoor een te hoog voorschot op zijn uitkering had ontvangen, dat moest worden terugbetaald.
Eiser betoogde dat de bonus betrekking had op werkzaamheden in 2021 en dat het onredelijk was om deze als inkomen in januari 2022 te beschouwen. Hij stelde dat het terugvorderen van het te veel betaalde voorschot niet gerechtvaardigd was en beriep zich op een kennelijk onredelijk resultaat volgens artikel 4:1, elfde lid, van het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten.
De rechtbank oordeelde dat het Uwv de bonus terecht als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking heeft aangemerkt, omdat de bonus een directe beloning is voor arbeid in 2021. Het moment van uitbetaling doet hier niet aan af. Het Uwv was bovendien verplicht het te veel betaalde voorschot terug te vorderen, tenzij dringende redenen aanwezig zijn, die in deze zaak niet zijn gesteld.
De rechtbank vond geen sprake van een kennelijk onredelijk resultaat en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter M.P. Verloop op 8 december 2023.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de terugvordering van het te veel betaalde voorschot op de WGA-uitkering wordt ongegrond verklaard.