ECLI:NL:CRVB:2021:1191
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bonus correct verrekend met WIA-uitkering als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking
Appellant, werkzaam als senior portfoliomanager, viel in februari 2016 uit wegens een ski-ongeval en ontving vanaf februari 2018 een WIA-uitkering. In april 2018 ontving hij een bonus over de jaren 2014-2017, welke door het UWV werd verrekend met zijn WIA-uitkering. Appellant stelde dat de bonus loon uit vroegere dienstbetrekking was en daarom niet verrekend mocht worden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de bonus loon uit tegenwoordige dienstbetrekking was, omdat deze nauw verband hield met de verrichte arbeid. De Raad volgde dit oordeel en stelde vast dat de bonus een rechtstreekse beloning vormde voor de arbeid die appellant in de voorgaande jaren had verricht. De bonus was niet onverplicht, aangezien de werkgever de uitkering had toegezegd.
De Raad verwierp de vergelijking met een pensioenuitkering en een eerdere uitspraak waarin loon na de wachttijd niet in mindering werd gebracht. De vraag of de dienstbetrekking ten tijde van de uitbetaling nog bestond, was niet doorslaggevend. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De bonus is terecht als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking aangemerkt en verrekend met de WIA-uitkering.