ECLI:NL:RBDHA:2023:18968
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen niet-tijdig beslissen op asielaanvraag met oplegging dwangsom
Eiser diende op 4 mei 2022 een asielaanvraag in. De wettelijke beslistermijn van zes maanden werd verlengd met negen maanden op grond van de WBV 2022/22, waardoor de termijn eindigde op 4 augustus 2023. Eiser stelde de staatssecretaris op 11 augustus 2023 in gebreke, waarna twee weken verstreken zonder ontvangstbevestiging. Hierop stelde eiser beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelt dat de verlenging van de beslistermijn rechtsgeldig is, gelet op de bijzondere omstandigheden bij de IND en eerdere uitspraken. De rechtbank verklaart het beroep kennelijk gegrond en bepaalt dat de staatssecretaris binnen acht weken na bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €7.500, voor elke dag dat de termijn wordt overschreden. Tevens veroordeelt de rechtbank de staatssecretaris tot betaling van proceskosten aan eiser van €418,50. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en griffier Ż.A. Meinert en is zonder zitting gewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig nemen van het besluit wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen acht weken alsnog te beslissen met oplegging van een dwangsom.