ECLI:NL:RBDHA:2023:18973
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning moeder wegens onvoldoende belangenafweging gezinsleven
Eiseres, moeder van een minderjarige zoon met de Nederlandse nationaliteit, verzocht om een reguliere verblijfsvergunning met verblijfsdoel familie en gezin. De aanvraag werd afgewezen omdat zij niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en geen vrijstelling van het mvv-vereiste werd toegekend. De staatssecretaris motiveerde dat de uitzetting niet in strijd zou zijn met artikel 8 EVRM Pro, omdat het gezinsleven in Nigeria voortgezet zou kunnen worden.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de vader van de zoon geen aanvulling zou geven aan de omgangsregeling en waarom er geen objectieve belemmeringen zouden zijn om het gezinsleven in Nigeria voort te zetten. De vader heeft een langdurige verblijfsvergunning in Nederland, een baan en andere minderjarige kinderen in Nederland, waardoor het onwaarschijnlijk is dat hij met zijn zoon naar Nigeria verhuist.
Daarnaast had de vader gehoord moeten worden, omdat in het ouderschapsplan staat dat bij verhuizing toestemming van beide ouders nodig is. De rechtbank stelt dat het contact via moderne communicatiemiddelen en bezoeken onvoldoende is om het gezinsleven voort te zetten. De belangen van het kind om in aanwezigheid van beide ouders op te groeien zijn onvoldoende betrokken.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt de staatssecretaris op binnen tien weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.