ECLI:NL:RVS:2013:2693
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing wijziging verblijfsvergunning wegens strijd met artikel 8 EVRM
De vreemdeling verzocht om wijziging van de beperking van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de minister werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het besluit een inmenging in het gezinsleven van de vreemdeling en zijn minderjarige kinderen inhoudt, zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro. De belangenafweging door de minister, waarbij het algemeen belang van een restrictief toelatingsbeleid zwaarder werd gewogen dan het persoonlijke belang van de vreemdeling, was onvoldoende gemotiveerd. De minister ging niet adequaat in op de vraag waarom van de kinderen kan worden verlangd dat zij de vreemdeling naar Marokko volgen en waarom het contact via moderne communicatiemiddelen voldoende zou zijn.
Ook werd onvoldoende gemotiveerd waarom de beperkte contactduur van vier uur per week negatief in de belangenafweging werd betrokken, terwijl het Europees Hof voor de Rechten van de Mens een dergelijke duur niet per definitie als onvoldoende intensief beschouwt.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Hiermee werd het beroep van de vreemdeling alsnog toegewezen.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de wijziging van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en strijd met artikel 8 EVRM.