Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser
Procesverloop
Voortraject
Maatregel van bewaring
Voortvarendheid
Lichter middel
Ambtshalve toets
Conclusie
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Palestijnse vreemdeling, werd op 31 augustus 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet (Vw). Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep op 6 september 2023.
Eiser voerde aan dat de elektronische handtekening onder de maatregel niet verifieerbaar was, waardoor de bewaring onrechtmatig zou zijn. De rechtbank oordeelde echter dat de digitale handtekening geldig was en dat het gebrek in het voortraject niet zodanig ernstig was dat het de bewaring onrechtmatig maakte. Tevens werd vastgesteld dat de noodzakelijke documenten voor terugkeer naar Spanje voorhanden waren of spoedig zouden zijn.
Verder stelde eiser dat verweerder onvoldoende voortvarend had gehandeld door pas na zes dagen een vlucht te boeken en dat een lichter middel had kunnen worden toegepast vanwege de zwangerschap van zijn echtgenote. De rechtbank vond dat verweerder voldoende voortvarend had gehandeld en dat de maatregel passend was gezien het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring rechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Wel veroordeelde zij verweerder tot betaling van de proceskosten van eiser vanwege het geconstateerde gebrek in het voortraject.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.