ECLI:NL:RVS:2019:3355
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- D.A. Verburg
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldigheid van elektronische ondertekening van vreemdelingenbewaring bevestigd
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid gegrond verklaard tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag die de vreemdeling in vreemdelingenbewaring had gesteld en de maatregel had opgeheven. De kern van het geschil betrof de rechtsgeldigheid van de elektronische ondertekening van het bewaringsbesluit.
De staatssecretaris stelde dat de maatregel rechtsgeldig was ondertekend met een geavanceerde elektronische handtekening conform artikel 26 van Pro de eIDAS-verordening, ondersteund door een elektronisch zegel van de politie. De rechtbank had dit echter niet erkend en onterecht geoordeeld dat alleen een gekwalificeerde elektronische handtekening rechtsgeldig zou zijn.
De Raad van State oordeelde dat de gebruikte methode van elektronische ondertekening voldoet aan de eisen van artikel 2:16 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en de eIDAS-verordening. De ondertekening is uniek verbonden aan de ondertekenaar, maakt identificatie mogelijk, is onder uitsluitende controle van de ondertekenaar en waarborgt integriteit van het document. Ook de uitreiking van een papieren afschrift aan de vreemdeling voldeed aan de wettelijke vereisten.
De Afdeling vernietigde de uitspraken van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Daarmee is bevestigd dat een geavanceerde elektronische handtekening rechtsgeldig is voor het ondertekenen van maatregelen tot vreemdelingenbewaring.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.