ECLI:NL:RBDHA:2023:19125
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft dit beroep op 13 november 2023 behandeld en beoordeeld aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
Eiser stelde dat Frankrijk zijn internationale verplichtingen niet nakomt en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast vanwege structurele tekortkomingen in de opvang en asielprocedure in Frankrijk. Hij verwees onder meer naar het AIDA-rapport, eigen ervaringen van dakloosheid in Frankrijk en een uitspraak van het Verwaltungsgericht Hannover. Daarnaast voerde hij aan dat hij risico loopt op detentie en dat Frankrijk niet voldoet aan de Procedurerichtlijn vanwege het ontbreken van kwalitatieve tolken.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen heeft geleverd waaruit blijkt dat Frankrijk niet aan zijn verplichtingen voldoet in die mate dat Nederland het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer kan toepassen. De problemen in Frankrijk zijn niet zo ernstig en structureel dat er een reëel risico bestaat op schending van fundamentele rechten bij overdracht. Ook de verwijzingen naar detentie en tolken werden niet doorslaggevend geacht. Het beroep op bijzondere persoonlijke omstandigheden op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening faalde eveneens.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de staatssecretaris de asielaanvraag terecht niet in behandeling heeft genomen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.