ECLI:NL:RBDHA:2023:19139
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen terugvordering zorgtoeslag op grond van vastgesteld inkomen
Eiser ontving in 2021 een voorschot op zorgtoeslag van €1.287,- gebaseerd op een toetsingsinkomen van €9.439,-. Later werd vastgesteld dat het inkomen van eiser €30.913,- bedroeg, mede door een met terugwerkende kracht toegekende AOW-uitkering. Hierdoor werd de zorgtoeslag definitief vastgesteld op €54,-, wat leidde tot een terugvordering van €1.233,-.
Eiser betoogde dat hij het bedrag niet kon voldoen vanwege zijn financiële situatie, waaronder een laag pensioen en loonbeslag, en verzocht om kwijtschelding. Verweerder stelde dat het voorschot terecht was teruggevorderd omdat het definitieve inkomen juist was vastgesteld en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die matiging rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat de vaststelling van het inkomen en de daarop gebaseerde terugvordering correct waren. Het beleid van verweerder, dat terugvordering niet wordt gematigd bij afwijking tussen voorschot en definitieve vaststelling zonder bijzondere omstandigheden, is niet onredelijk. Eiser kan een persoonlijke betalingsregeling aanvragen, die passend wordt beoordeeld op basis van zijn financiële situatie.
De rechtbank concludeert dat de terugvordering terecht is en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter M.D. Gunster op 1 december 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van zorgtoeslag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.