ECLI:NL:RVS:2017:1178
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en vaststelling kinderopvangtoeslag na bezwaar en beroep
Appellante maakte in 2010 en 2011 gebruik van kinderopvang voor haar twee kinderen en ontving daarvoor voorschotten kinderopvangtoeslag. Na controle heeft de Belastingdienst/Toeslagen deze voorschotten herzien naar nihil en de toeslag definitief vastgesteld op nihil voor 2010. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante onder meer dat de Afdeling niet onafhankelijk zou zijn, dat de Belastingdienst/Toeslagen niet bevoegd was de toeslagen te herzien wegens overschrijding van termijnen, dat er een onderzoeksplicht vooraf bestond en dat zij de kosten van kinderopvang wel degelijk had voldaan. De Afdeling verwierp deze bezwaren. De Afdeling overwoog dat de termijnen niet fataal zijn en dat de Belastingdienst binnen vijf jaar bevoegd was tot herziening. Ook is geen onderzoeksplicht vooraf aan de dienst opgelegd.
Ten aanzien van de kosten van kinderopvang concludeerde de Afdeling dat appellante onvoldoende bewijs had geleverd dat zij de kosten daadwerkelijk had betaald. Betaaloverzichten waren niet afkomstig van de kindercentra en werden niet ondersteund door objectieve gegevens zoals bankafschriften. De rechtbank heeft terecht overwogen dat titel 4.2 van de Awb niet van toepassing is op de Awir, zodat de Belastingdienst niet verplicht was vooraf te informeren.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.