ECLI:NL:RBDHA:2023:19381
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheidsverdeling met Duitsland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de aanvraag. De rechtbank heeft het beroep op 5 december 2023 behandeld en beoordeelt of het interstatelijk vertrouwensbeginsel nog geldt ten aanzien van Duitsland.
Eiser stelt dat Duitsland tekortschiet in rechtsbijstand, opvangvoorzieningen en bescherming tegen discriminatie, en dat er willekeur is in de overdracht van asielzoekers. Hij verwijst naar het AIDA-rapport en artikelen over racisme. De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt zolang er geen concrete aanwijzingen zijn dat Duitsland structureel tekortschiet in de naleving van internationale verplichtingen, zoals bescherming tegen onmenselijke behandeling.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat Duitsland niet aan deze verplichtingen voldoet. De stellingen over rechtsbijstand en opvang zijn niet voldoende om het vertrouwensbeginsel te doorbreken. Ook de vrees voor discriminatie is onvoldoende concreet en kan worden aangekaart bij Duitse autoriteiten. De staatssecretaris heeft daarom terecht het interstatelijk vertrouwensbeginsel toegepast en de aanvraag buiten behandeling gesteld.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de staatssecretaris eiser kan overdragen aan Duitsland. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Duitsland blijft in stand.