Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.CHRISTELIJKE GEMEENTE VAN JEHOVAH’S GETUIGEN IN NEDERLAND te Emmen,
1.Samenvatting
Trouwover de afhandeling van seksueel misbruik binnen de geloofsgemeenschap van de CGJG, welke publicaties onder meer hebben geleid tot een motie van de Tweede Kamer, heeft de minister van Rechtsbescherming een onderzoek laten uitvoeren door de Universiteit Utrecht. De Universiteit Utrecht heeft een rapport uitgebracht waarin een aantal conclusies is getrokken en een aantal aanbevelingen is gedaan. De minister heeft naar aanleiding van dit rapport maatregelen getroffen en uitlatingen gedaan binnen en buiten de Tweede Kamer. CGJG c.s. hebben voor en na de publicatie van het rapport meerdere bezwaren kenbaar gemaakt bij de minister over de inhoud en wijze van totstandkoming van het rapport, en over de (voorgenomen) maatregelen en uitingen van de minister.
Op1, onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de CGJG en haar leden (onder wie [eisende partij sub 2] ). Zij menen dat de uitlatingen van de minister en de maatregelen die hij heeft getroffen strijdig waren met meerdere van hun grondrechten en met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. CGJG c.s. vorderen daarom – kort gezegd – verklaringen voor recht dat de Staat onrechtmatig jegens hen heeft gehandeld, en een verbod aan de Staat om uitingen, beleid en maatregelen op het rapport van de Universiteit Utrecht te baseren. Ook vorderen zij een verbod aan de Staat om op enigerlei wijze de suggestie te wekken dat seksueel misbruik binnen de geloofsgemeenschap van de CGJG erger is dan elders in de maatschappij en/of dat de CGJG of haar leden (potentiële) slachtoffers van seksueel misbruik in strijd met een daartoe voor de CGJG bestaande rechtsplicht onvoldoende ondersteuning en/of bescherming biedt/bieden. Tenslotte vorderen CGJG c.s. immateriële schadevergoeding voor de schade die zij door de gestelde onrechtmatige gedragingen van de Staat hebben geleden. De Staat voert verweer.
2.De procedure
- de dagvaarding van 1 oktober 2021 met producties 1-56;
- de conclusie van antwoord van 5 januari 2022 met producties 1-23;
- het tussenvonnis van 4 januari 2023, waarin een mondelinge behandeling voor de meervoudige kamer van deze rechtbank is bepaald;
- de akte van de Staat ontvangen op 24 april 2023 met producties 24-28;
- de akte van CGJG c.s. ontvangen op 4 mei 2023 houdende 1. Vermeerdering van eis (incidentele exhibitievordering ex artikel 843a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en wijziging van reeds bestaande vorderingen), 2. een verzoek tot regie betreffende de mondelinge behandeling op 16 mei 2023 en 3. overlegging producties 57-72;
- de herziene rolbeslissing van 11 mei 2023 waarin de exhibitievordering en het daarmee samenhangende verzoek tot regie is geweigerd en de wijziging van de reeds bestaande vorderingen en de overgelegde producties zijn toegestaan; en
- de akte houdende overlegging nadere producties 24-28 van de Staat.
3.De feiten
Trouwmeerdere artikelen over slachtoffers van seksueel misbruik binnen de geloofsgemeenschap van de CGJG, waarin onder meer wordt gesteld dat slachtoffers binnen de CGJG slecht beschermd zijn tegen seksueel misbruik en dat de CGJG niet adequaat omgaat met de beschuldigingen.
- i) dat onderzoek wordt uitgevoerd naar opgedane ervaringen met seksueel misbruik van personen die onderdeel zijn (geweest) van de CGJG met als doel inzicht te krijgen in het mogelijk onderliggende patroon, de gebruikte (kerk)regels, gebruiken en structuren binnen de CGJG en de invloed die dit heeft op de aangiftebereidheid van deze personen; en
- ii) dat er een analyse wordt gemaakt naar de in andere landen reeds verrichte onderzoeken op het terrein van seksueel misbruik binnen de CGJG en daarbij zo mogelijk aanbevelingen voor Nederland te formuleren.
Samenvatting van bezwaren tegen het UU-rapport
bijlage 1):
Jehovah's Witnesses of Moscow v. Russia,no. 302/02, §§ 111, 118, 132, 144, 10 juni 2010. In die zaak oordeelde het EHRM dat alle godsdiensten hun aanhangers leerstellige gedragsnormen opleggen en dat de geloofsuitoefening van Jehovah's Getuigen 'in dat opzicht niet fundamenteel verschilt van soortgelijke beperkingen die andere godsdiensten opleggen aan het privéleven van hun volgelingen' (zie ook VIII, B).
bijlage 1, al. 16-22).
vier keerzo vaak melding doen bij de politie (30% en 39% vs. 9%) en
elf keerzo vaak aangifte doen (27% en 33% vs. 3%) als de algemene bevolking.
De Wachttoren(het belangrijkste religieuze tijdschrift van Jehovah's Getuigen) van mei 2019: 'De ouderlingen verzekeren slachtoffers en ook de ouders en anderen die van de kwestie op de hoogte zijn dat ze het recht hebben om aangifte te doen van kindermisbruik' (
bijlage 4, studieartikel 19, pp. 10-11, al. 14). Hoewel er allerlei redenen kunnen zijn waarom een slachtoffer (ongeacht zijn of haar geloof) misschien besluit om geen aangifte te doen bij de instanties, zullen wij Jehovah's Getuigen erop blijven wijzen dat het hun vrij staat om aangifte te doen (zie ook II, 6).
S.A.S. v. France[GC], no. 43835/11, § 149, ECHR 2014
; izzettin Dogan and Others v. Turkey[GC], no. 62649/10, § 157, 26 April 2016.
Seksueel misbruik van minderjarigen in de Rooms-Katholieke Kerk - Deel I, Uitgeverij Balans Amsterdam, 2011, p. 18.
Op goede grond- De aanpak van seksueel geweld tegen kinderen, Den Haag, 2014, alinea's 2.2.4.
Op1. Ook was er een vertegenwoordiger van Reclaimed Voices aanwezig, een voormalig ouderling binnen de CGJG. CGJG c.s. zijn niet uitgenodigd voor de talkshow.
Op1een tweet verstuurd. De tweet luidt:
Wachttorenen
Ontwaakt! en in religieuze boeken en video’s die ouders duidelijke, tijdige en praktische adviezen geven over de bescherming van hun kinderen tegen het kwaad van seksueel kindermisbruik. Dergelijke publicaties zijn in honderden talen verschenen en er zijn honderden miljoenen exemplaren van gedrukt. Dit materiaal is gratis toegankelijk voor onze gemeenten en het algemene publiek, zowel in gedrukte vorm als op de officiële website van Jehovah’s Getuigen (www.jw.org).6
De Wachttorenvan mei 2019 behandeld, waarin het onderwerp van seksueel kindermisbruik openlijk werd besproken. Van die uitgave van
De Wachttorenzijn in meer dan 275 talen ruim 10 miljoen exemplaren gedrukt. Nog eens 6,7 miljoen exemplaren zijn gedownload van de officiële website van Jehovah’s Getuigen, www.jw.org.
De Wachttorenwordt ingegaan op de vraag hoe kinderen beschermd kunnen worden tegen seksueel misbruik, hoe ouderlingen handelen in het belang van de gemeente, met inbegrip van het melden van zulke beschuldigingen aan de autoriteiten, en hoe ouders hun kinderen kunnen beschermen. De artikelen behandelden ook hoe je degenen die seksueel misbruik in hun jeugd hebben meegemaakt, kunt troosten.8
wereldwijd meer dan 8,5 miljoen mensen deel aan deze besprekingen.
Geenvan de beschuldigingen in de door het rapport gebruikte anonieme online vragenlijst is bevestigd. De auteurs van dat rapport geven toe dat zij ‘in dit onderzoek immers niet aan waarheidsvinding’ doen (rapport, pagina 29). De auteurs van het rapport geven ook toe dat, omdat zij gebruik hebben gemaakt van een anonieme online vragenlijst, het onmogelijk was om te weten of: (1) elke respondent die de vragenlijst bezocht een werkelijk persoon was en niet slechts dezelfde persoon die de vragenlijst (of delen ervan) meerdere malen invulde; (2) elke respondent in Nederland woonde; en (3) elke respondent een andere beschuldiging vermeldde en niet dezelfde beschuldiging die door iemand anders werd gemeld (rapport, blz. 33)
Op goede grond – De aanpak van seksueel geweld tegen kinderen, Den Haag, 2014, alinea’s 2.2.4
Seksueel misbruik van Minderjarigen in de Rooms-Katholieke Kerk – Deel I, Uitgeverij Balans Amsterdam, 2011, p. 18.
Ontwaakt!, oktober 2007, ‘Bescherm uw kinderen’, blz. 1-11 (beschikbaar via https://www.jw.org/nl/bibliotheek/tijdschriften/g200710/bescherm-uw-kinderen/); ‘Hoe kunnen ouders hun kinderen seksuele voorlichting geven?’ (2015), www.jw.org (beschikbaar via https://www.jw.org/nl/wat-de-bijbel-leert/vragen/kinderen-seksuele-voorlichting-geven/); animatiefim ‘Bescherm je kinderen’ (beschikbaar via https://www.jw.org/nl/bibliotheek/videos/#nl/mediaitems/BJF/pub-pk_17_VIDEO)
4.Het geschil
I.1en
I.2:
I: één en ander aldus zoals gevorderd dan wel zulks toe te wijzen op een wijze zoals het de rechtbank in goede justitie meent dat behoort;
5.De beoordeling
Ontvankelijkheid
Kamerstukken II, 2017/18,
Kamerstukken II, 2017/18, 29 279, nr. 441 p. 33
Kamerstukken II, 2018/19, 31 015, nr. 165 p. 33-34
Kamerstukken II, 2018/19, 31 015, nr. 165
Op1
Op1op 27 augustus 2020;
hate speechis in de tweet daarom geen sprake.
Op1. Voor zover relevant heeft de minister in de uitzending het volgende gezegd:
hate speechis in de tweet daarom geen sprake.
Op1zijn daarom niet onrechtmatig jegens CGJG c.s.
alles(want geen eigen onafhankelijk onderzoek) doet om slachtoffers van seksueel misbruik te helpen. Die uitlating vindt voldoende steun in de feiten.
hate speechis ook in deze tweet dus geen sprake.
hate speechis daarom geen sprake.
hate speechis geen sprake.
hate speechvan de minister daarom niet dragen.
Trouw. Deze handelingen (hierna: de overige handelingen) betreffen dus niet de hiervoor besproken uitlatingen van de minister in het parlement en in de media.
Trouwbij de minister zorg is ontstaan en dat om opheldering is gevraagd bij de CGJG. Zij zijn echter van mening dat de minister vanaf het eerste gesprek op 2 november 2017 direct vergaande maatregelen van de CGJG verlangde, terwijl op dat moment slechts sprake was van veronderstellingen over het bestaan van een bepaald patroon op basis van bij de media gemelde gevallen.
Op1is verschenen. Zie hierover nader ook de beoordeling in het kader van het verbod op discriminatie en het gelijkheidsbeginsel (5.105 tot en met 5.123).
fair trial. Volgens hen is de door hen aangeleverde informatie nauwelijks meegewogen en onder de aandacht gebracht. Ook heeft de minister contact onderhouden met verschillende partijen, waaronder Reclaimed Voices, de begeleidingscommissie bij het UU-onderzoek, het WODC en de onderzoekers van de UU. De CGJG werd door de minister niet bij de gang van zaken betrokken zodat zij informatie heeft moeten missen die daarin is aangereikt. De CGJG heeft alleen achteraf commentaar mogen leveren op het UU-rapport, terwijl dat commentaar door de minister niet is meegewogen. CGJG c.s. menen dat daarom geen sprake is geweest van een
equality of arms.
fair trialof hoor en wederhoor. De minister was niet verplicht om de CGJG bij die andere contacten te betrekken. CGJG c.s. hebben niet concreet gemaakt welke informatie ze hebben gemist. Na afronding van het onderzoek heeft de minister de CGJG uitgenodigd om de conclusie en aanbevelingen van het UU-rapport te bespreken. Naar aanleiding daarvan heeft de CGJG het UU-rapport in concept ontvangen. Anders dan CGJG c.s. stellen, is sprake van een onafhankelijk onderzoek, waarbij het niet noodzakelijk is dat de CGJG in de gelegenheid wordt gesteld om haar zienswijze te geven op het conceptrapport. Desondanks is die gelegenheid wel geboden, waarvan de CGJG ook gebruik heeft gemaakt. De reactie van de CGJG is ook met het UU-rapport aan de Tweede Kamer gezonden. De rechtbank is van oordeel dat de CGJG daarmee onder de gegeven omstandigheden voldoende gelegenheid is gegeven om haar standpunten naar voren te brengen.
fair trialof hoor en wederhoor is dan ook niet aan de orde.
hate speech. Volgens CGJG c.s. is zowel sprake van ongelijke behandeling van gelijke gevallen (andere (religieuze) organisaties waar ook seksueel misbruik voorkomt maar waar geen maatregelen worden genomen door de minister), als van gelijke behandeling van ongelijke gevallen (de onterechte vergelijking met de RKK waar sprake was van institutioneel misbruik, terwijl dat bij de CGJG niet aan de orde is).
Trouw. De verwijzing naar dit proefschrift biedt daarom geen steun voor de stelling van CGJG c.s. dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden.
reasonable relationship of proportionality’ [52] tussen de maatregelen en het door de minister nagestreefde doel bestaat. De maatregelen vallen daarom binnen de beoordelingsruimte die het EHRM de lidstaten laat in de omgang met geloofsgemeenschappen.