ECLI:NL:HR:2002:AE1544
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over parlementaire immuniteit en onrechtmatige rapportage in parlementaire enquête
In deze zaak stond centraal of eiser, die deelrapporten opstelde voor de Parlementaire Enquêtecommissie Opsporingsmethoden (PEC), zich kon beroepen op parlementaire immuniteit volgens artikel 71 Grondwet Pro. Verweerder vorderde een verklaring voor recht dat eiser onrechtmatig had gehandeld door het opnemen van een casus (geval 25) in de rapportage, met schadevergoeding tot gevolg.
De Rechtbank oordeelde dat eiser onzorgvuldig en onrechtmatig had gehandeld, mede omdat de identiteit van verweerder uit de rapportage kon worden afgeleid. Het Hof bevestigde dit oordeel en stelde de immateriële schade vast op ƒ 75.000,--. Het Hof verwierp het beroep op parlementaire immuniteit.
De Hoge Raad bevestigde dat de parlementaire immuniteit beperkt is tot deelnemers aan de beraadslaging in de Staten-Generaal of haar commissies en dat externe deskundigen die rapporten opstellen, zoals eiser, hier niet onder vallen. Ook een afgeleide immuniteit wordt niet toegekend. Het Hof had terecht geoordeeld dat het onderzoek onvoldoende grond bood voor het vermoeden van betrokkenheid van verweerder bij criminele activiteiten. De Hoge Raad verwierp het principaal beroep en vernietigde het incidenteel beroep, waarna de zaak werd verwezen voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het principaal beroep, vernietigde het incidenteel beroep en verwees de zaak voor verdere behandeling.