De rechtbank Groningen heeft op 13 december 2023 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag.
Eerder, op 11 april 2023, had de rechtbank reeds een termijn van zestien weken opgelegd aan de staatssecretaris om alsnog te beslissen. Deze termijn liep af op 1 augustus 2023, waarna een rechterlijke dwangsom van kracht werd. Op 27 oktober 2023 diende eiser een nieuw beroep in tegen het opnieuw uitblijven van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat een nieuwe ingebrekestelling niet vereist is omdat al een eerdere procedure met een uitdrukkelijke termijn was geweest. Het beroep wordt dan ook kennelijk gegrond verklaard. De rechtbank legt een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €7.500, en bepaalt dat de staatssecretaris binnen vier weken na de uitspraak alsnog een besluit moet nemen.
De rechtbank houdt rekening met het 8+8-wekenmodel van de Afdeling bestuursrechtspraak, maar stelt dat bij overschrijding van de bovengrens van 21 maanden een kortere termijn passend is. Gezien de ingediende zienswijze acht de rechtbank vier weken voldoende voor een zorgvuldige beslissing.
Tot slot veroordeelt de rechtbank de staatssecretaris in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €418,50 volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.