ECLI:NL:RBDHA:2023:19740
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel Tsjechië
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om hun aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Tsjechië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
Eisers betoogden dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast op Tsjechië vanwege structurele tekortkomingen in het asiel- en opvangsysteem, onderbouwd met rapporten van het US Department of State en de Council of Europe, en eerdere jurisprudentie. De rechtbank overwoog dat het aan eisers was om aannemelijk te maken dat er een reëel risico is op een schending van fundamentele rechten bij overdracht naar Tsjechië.
De rechtbank oordeelde dat eisers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt. De rapporten en jurisprudentie toonden wel problemen, maar geen structurele tekortkomingen die de hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken. Ook de tijdelijke opvangproblemen door Oekraïense vluchtelingen leiden niet tot een ander oordeel.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag in stand blijft. Eisers kunnen bij problemen in Tsjechië hun klachten indienen bij de bevoegde instanties. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.