ECLI:NL:RBDHA:2023:19781
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen en besluit verblijfsvergunning asiel afgewezen
Eiser diende op 14 april 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn stelde eiser de staatssecretaris op 17 juli 2023 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen. Vervolgens stelde eiser op 15 augustus 2023 beroep in tegen het uitblijven van een besluit.
Op 25 oktober 2023 nam de staatssecretaris alsnog een besluit en verleende de verblijfsvergunning. Eiser handhaafde het beroep voor zover het ging om de toekenning van een dwangsom wegens de vertraging. De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk was omdat het besluit inmiddels genomen was.
Daarnaast werd het beroep tegen het besluit van 25 oktober 2023 ongegrond verklaard, omdat de staatssecretaris terecht geen bestuurlijke dwangsom toekende. De rechtbank veroordeelde de staatssecretaris wel tot vergoeding van de proceskosten van eiser ten bedrage van €418,50.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit ongegrond; de staatssecretaris is veroordeeld in de proceskosten.