ECLI:NL:RBDHA:2023:19849
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen afwijzing asielaanvraag Syriër wegens onvoldoende motivering terugkeerrisico
Eiser, een Syrische nationaliteit, diende op 20 maart 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. De staatssecretaris wees deze aanvraag op 15 juni 2023 af en legde een terugkeerbesluit op. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank behandelde het beroep op 5 december 2023.
Eiser verbleef sinds 2012 in Nigeria en vreesde bij terugkeer naar Syrië opgeroepen te worden voor reservistendienst en vervolging vanwege zijn christelijke minderheid. De staatssecretaris achtte zijn identiteit geloofwaardig, maar verwierp de overige gronden en stelde dat er geen gegronde vrees voor ernstige schade bestond, mede omdat eiser regelmatig naar Syrië was teruggekeerd tijdens zijn verblijf in Nigeria.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom van het algemene uitgangspunt dat Syriërs bij terugkeer een reëel risico lopen op ernstige schade kon worden afgeweken. Het feit dat eiser tussen 2012 en 2021 terugkeerde voor korte familiebezoeken onder bescherming van een verblijfsstatus in Nigeria, betekent niet dat hij geen risico meer loopt. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd.