ECLI:NL:RBDHA:2023:19889
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-behandeling asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië volgens Dublinverordening
Eiser, een Iraakse asielzoeker, verzocht Nederland om zijn asielaanvraag te behandelen, ondanks dat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is. Nederland heeft de aanvraag niet in behandeling genomen en verwees naar Kroatië als verantwoordelijke lidstaat. Eiser stelde dat Kroatië de internationale verplichtingen niet naleeft en dat hij slachtoffer is van pushbacks en onmenselijke behandeling door Kroatische autoriteiten.
De rechtbank oordeelde dat Kroatië in beginsel verantwoordelijk is en dat Nederland mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat Kroatië niet aan zijn verplichtingen voldoet of dat hij persoonlijk slachtoffer is van pushbacks. Zijn eigen verklaring toonde aan dat hij na aankomst in Kroatië de keuze had om asiel aan te vragen of het land te verlaten, waarna hij zelf vertrok.
De rechtbank verwierp ook het verzoek om de behandeling van het beroep aan te houden in afwachting van prejudiciële vragen. De eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en het Hof van Justitie bevestigen dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet ondeelbaar is en dat geen aanleiding bestaat om af te wijken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet-behandelen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.