Uitspraak
- namens eisers: [eiser 1];
- namens het college: de gemachtigde van het college, [naam 1] en [naam 2];
- namens Provastgoed: de gemachtigde van Provastgoed en [naam 3].
Rechtbank Den Haag
Eisers, wonend sinds 1996 op een adres in Oegstgeest, verzochten om een tegemoetkoming in planschade vanwege een wijzigingsplan dat woningbouw mogelijk maakte op een naastgelegen sportterrein. Het college wees dit verzoek af, mede op advies van Langhout & Wiarda, die stelde dat een deel van de schade voorzienbaar was op grond van het toen geldende bestemmingsplan “Centrum, 1e herziening”.
De rechtbank oordeelde dat de bouwmogelijkheden op het sportterrein volgens het oude bestemmingsplan ruimer waren dan volgens het opvolgende bestemmingsplan “Oranje Nassau”. Eisers hadden bij aankoop rekening moeten houden met de mogelijkheid van bebouwing met een oppervlakte van circa 300 m² en een bouwhoogte tot 10,2 meter. Dit maakte dat een deel van de schade voorzienbaar was en voor hun rekening kwam.
De rechtbank verwierp het betoog van eisers dat hen ten onrechte gedeeltelijke voorzienbaarheid werd tegengeworpen en bevestigde dat het verlies van een tijdelijk voordeel niet voor vergoeding in aanmerking komt. De adviezen van Langhout waren voldoende gemotiveerd. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat het college de redelijke termijn met circa drie maanden had overschreden en veroordeelde het college tot een immateriële schadevergoeding van € 500,- aan zowel eisers als Provastgoed, alsmede een proceskostenvergoeding aan Provastgoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag om tegemoetkoming in planschade wordt ongegrond verklaard vanwege gedeeltelijke voorzienbaarheid.