Uitspraak
- namens eisers: [eiser 1];
- namens het college: de gemachtigde van het college, [naam 1] en [naam 2];
- namens Provastgoed: de gemachtigde van Provastgoed en [naam 3].
Rechtbank Den Haag
Eisers dienden een verzoek in voor een tegemoetkoming in planschade vanwege een wijzigingsplan dat woningbouw mogelijk maakte op een sportterrein naast hun woning. Het college kende aanvankelijk een vergoeding toe, maar herzag dit na bezwaar van een derde partij en wees de aanvraag af. Eisers stelden dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat de schade niet voorzienbaar was.
De rechtbank oordeelde dat het besluit voldoende was gemotiveerd en dat de planschaderisicoanalyse niet essentieel was voor de besluitvorming. De voorzienbaarheid van de schade werd beoordeeld aan de hand van het bestemmingsplan dat gold ten tijde van de aankoop van de woning in 1998. Dit bestemmingsplan bood ruimere bouwmogelijkheden dan het latere bestemmingsplan waarop het wijzigingsplan was gebaseerd. Hierdoor was een deel van de schade voorzienbaar en viel deze binnen het normaal maatschappelijk risico.
De rechtbank concludeerde dat het verlies van een tijdelijk planologisch voordeel niet voor vergoeding in aanmerking komt en dat eisers bij de aankoop rekening hadden moeten houden met de maximale bouwmogelijkheden van het oude bestemmingsplan. Het beroep werd ongegrond verklaard. Daarnaast werd het college en de Staat veroordeeld tot een beperkte schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in de procedure.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag om planschadevergoeding blijft in stand.