ECLI:NL:RBDHA:2023:20026
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië nog steeds van toepassing is. Eiser stelde dat vanwege pushbacks en tekortkomingen in de asielprocedure in Kroatië dit vertrouwensbeginsel niet langer geldt. Hij verwees naar recente rapporten en eigen ervaringen van mishandeling en onmenselijke behandeling.
De rechtbank oordeelde dat de bestaande jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en het Hof van Justitie bevestigen dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië blijft gelden voor Dublinclaimanten. De aangevoerde rapporten betreffen situaties van eerste toegang tot Kroatië en niet de situatie van Dublinclaimanten. Ook de persoonlijke omstandigheden van eiser maken niet aannemelijk dat hij een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro.
De rechtbank wees het beroep af en bevestigde dat de staatssecretaris de asielaanvraag niet in behandeling hoeft te nemen en eiser kan worden overgedragen aan Kroatië. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag mag niet in behandeling worden genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is.