ECLI:NL:RBDHA:2023:20142
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen rechtmatigheid van ophouding op grond van de Vreemdelingenwet ongegrond verklaard
Eiseres werd op 5 december 2023 opgehouden op grond van artikel 50, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en stelde beroep in tegen deze ophouding, waarbij zij tevens schadevergoeding vorderde. De rechtbank behandelde het beroep op 15 december 2023, waarbij eiseres en haar gemachtigde niet aanwezig waren.
Eiseres voerde aan dat zij ten onrechte en zonder redelijk vermoeden van illegaal verblijf was staande gehouden. De rechtbank stelde vast dat de staandehouding voorafging aan de ophouding en dat deze staandehouding plaatsvond in het kader van een strafrechtelijk onderzoek, waarbij de politie de identiteit van eiseres controleerde. Hierdoor is het niet aan de vreemdelingenrechter om de rechtmatigheid van de staandehouding te beoordelen.
De rechtbank overwoog dat de ophouding zelf rechtmatig was, omdat eiseres geen identiteitsbewijs kon tonen en artikel 50, tweede lid, Vw 2000 geen redelijk vermoeden van illegaal verblijf vereist, maar slechts het niet onmiddellijk kunnen vaststellen van de identiteit. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de ophouding is ongegrond verklaard omdat de ophouding rechtmatig was en de staandehouding niet door de vreemdelingenrechter beoordeeld kan worden.