ECLI:NL:RBDHA:2023:20222
Rechtbank Den Haag
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over herzieningsverzoek verblijfsvergunning langdurig verblijvende kinderen
Eisers, afkomstig uit Soedan, hebben in 2013 een verblijfsvergunning aangevraagd op grond van de Overgangsregeling langdurig verblijvende kinderen, welke is afgewezen wegens een buitenbeeldperiode van langer dan drie maanden. Na diverse procedures en besluiten is het verzoek om herziening in 2023 afgewezen door verweerder, waarbij een nieuwe buitenbeeldperiode werd aangevoerd die niet eerder aan eisers was tegengeworpen.
De rechtbank stelt vast dat verweerder het beoordelingskader van artikel 4:6 Awb Pro heeft verlaten door zich te beroepen op een nieuwe buitenbeeldperiode. De rechtbank beoordeelt het verzoek daarom inhoudelijk aan de hand van de beroepsgronden en oordeelt dat de nieuwe buitenbeeldperiode terecht aan eisers is tegengeworpen, omdat zij bewust het contact met de instanties hadden verbroken.
Verder oordeelt de rechtbank dat het tegenwerpen van de nieuwe buitenbeeldperiode niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel of het rechtszekerheidsbeginsel. Wel is verweerder tekortgeschoten in de motivering waarom de afwijzing van het verzoek om herziening niet onevenredig is volgens artikel 4:84 Awb Pro.
De rechtbank geeft verweerder daarom zes weken de tijd om het gebrek in het besluit te herstellen, hetzij door aanvullende motivering, hetzij door een nieuwe beslissing op bezwaar. De verdere beslissing wordt aangehouden tot de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank wijst het bestreden besluit af wegens onvoldoende motivering en geeft verweerder zes weken om dit te herstellen.