ECLI:NL:RBDHA:2023:203
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag militair invaliditeitspensioen wegens ontbreken causaal verband met militaire dienst
Eiser, een voormalig dienstplichtig militair uitgezonden naar Libanon, diende een aanvraag in voor een militair invaliditeitspensioen. Na medisch onderzoek concludeerde de verzekeringsarts dat eiser leed aan een persoonlijkheidsstoornis en PTSS, maar dat deze aandoeningen niet waren toe te schrijven aan zijn militaire dienst. De persoonlijkheidsstoornis werd toegeschreven aan aanleg en jeugdige omstandigheden, terwijl de PTSS verband hield met een geweldsincident uit 2009.
Verweerder wees de aanvraag af op basis van dit medische rapport en verklaarde het bezwaar van eiser ongegrond. Eiser voerde aan dat de verzekeringsarts onvoldoende rekening had gehouden met aanvullende medische stukken en verzocht om een contra-expertise. De rechtbank oordeelde echter dat het aan eiser was om de medische conclusies gemotiveerd te betwisten en dat de verzekeringsarts de medische stukken wel degelijk had betrokken in zijn onderbouwing.
De rechtbank vond de motivering van de verzekeringsarts navolgbaar en zag geen aanleiding tot twijfel aan het rapport van 29 juli 2021. Daarom wees de rechtbank het beroep af en bevestigde dat eiser geen recht heeft op een militair invaliditeitspensioen. Tevens werd beslist dat verweerder de proceskosten niet hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een militair invaliditeitspensioen wordt afgewezen.