Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Ghanese vreemdeling, stelde beroep in tegen het voortduren van een maatregel van bewaring die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid was opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank had deze maatregel reeds eerder getoetst en achtte deze tot het moment van het sluiten van het onderzoek rechtmatig.
Het geschil betrof de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel vanaf 2 november 2023. Hoewel de rechtbank constateerde dat de termijn voor het sluiten van het vooronderzoek op grond van artikel 96, eerste lid, Vw was overschreden, werd dit toegerekend aan de rechtbank zelf en was er geen sprake van belangenverlies voor eiser.
Eiser voerde aan dat de Laissez-passer-aanvraag (LP-aanvraag) niet correct was ingediend omdat een kopie van zijn paspoort ontbrak, en dat de Ghanese autoriteiten de aanvraag niet in behandeling hadden genomen. De rechtbank stelde vast dat de LP-aanvraag wel degelijk in onderzoek was genomen na een telefonische presentatie op 25 oktober 2023, conform de gebruikelijke procedure.
De rechtbank oordeelde dat de langere duur van de maatregel voor rekening van eiser komt vanwege zijn eerdere weigering tot medewerking. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.