ECLI:NL:RBDHA:2023:20492
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag met oplegging dwangsom
Eiser diende op 17 maart 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het uitblijven van een tijdige beslissing stelde eiser de staatssecretaris in gebreke en startte hij een beroep. De rechtbank oordeelde eerder op 24 februari 2023 dat de staatssecretaris binnen zestien weken een besluit moest nemen, met een dwangsom van € 100,- per dag.
Ondanks deze uitspraak nam de staatssecretaris geen besluit binnen de gestelde termijn. De rechtbank stelde vast dat het beroep gegrond is vanwege het niet tijdig beslissen. De rechtbank overwoog dat het afschaffen van de bestuurlijke dwangsom in asielzaken niet in strijd is met het Unierechtelijke gelijkwaardigheidsbeginsel en doeltreffendheidsbeginsel.
De rechtbank legde een nieuwe beslistermijn van acht weken op, rekening houdend met het feit dat de staatssecretaris nog een voornemen moet nemen en eiser daarop mag reageren. Voor elke dag overschrijding van deze termijn is een dwangsom van € 100,- met een maximum van € 7.500,- vastgesteld. Tevens werden de proceskosten van eiser toegewezen.
De uitspraak werd gedaan door rechter S. Ketelaars - Mast en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen kunnen binnen vier weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom.