Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiseres,
[naam kinderen]V-nummers: [nummers]
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 22 mei 2022, inclusief die van haar minderjarige kinderen. De staatssecretaris heeft de beslistermijn met negen maanden verlengd op basis van WBV 2022/22, waardoor de termijn op 18 augustus 2023 is verstreken. Eiseres stelde de staatssecretaris vervolgens in gebreke en diende op 14 september 2023 een nieuw beroep in.
De rechtbank heeft geen zitting gehouden omdat partijen geen zitting wensten. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is, nu geen besluit is genomen binnen de verlengde termijn. Op grond van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt het 8+8-wekenmodel toegepast, waarbij de rechtbank acht weken passend acht om alsnog een besluit te nemen.
De staatssecretaris wordt opgedragen binnen acht weken na bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Voor elke dag overschrijding van deze termijn wordt een dwangsom van € 100,- opgelegd, met een maximum van € 7.500,-. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 418,50.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom.