Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris had eerder het verzoek afgewezen, maar de rechtbank had dit besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen. Deze termijn is inmiddels ruimschoots verstreken zonder dat een nieuw besluit is genomen.
De rechtbank stelt vast dat eiser de staatssecretaris rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld en dat sindsdien meer dan twee weken zijn verstreken, waardoor het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit gegrond is. De rechtbank bepaalt dat de staatssecretaris binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen.
Daarnaast wordt een dwangsom van € 100 per dag opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 7.500. De staatssecretaris wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 418,50. De rechtbank ziet af van een bestuurlijke dwangsom vanwege de reeds opgelegde rechterlijke dwangsom.