ECLI:NL:RBDHA:2023:20515
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Rechterlijke dwangsom wegens niet tijdig beslissen op asielaanvragen van 2019
Eisers hebben op 22 juli 2019 asielaanvragen ingediend waarop de staatssecretaris niet tijdig heeft beslist. Na eerdere procedures en een uitspraak in 2020 waarbij een beslistermijn van zestien weken werd gesteld, werden de besluiten van afwijzing in januari 2022 ingetrokken. Eisers stelden de staatssecretaris in augustus 2023 in gebreke en dienden in september 2023 beroep in wegens het uitblijven van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat de beroepen gegrond zijn omdat de staatssecretaris niet binnen de gestelde termijn heeft beslist. Gelet op jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt het 8+8-wekenmodel toegepast, maar bij overschrijding van 21 maanden wordt een kortere termijn van acht weken gehanteerd. De rechtbank legt daarom een termijn van acht weken op waarbinnen de staatssecretaris moet beslissen.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd voor elke dag dat de termijn wordt overschreden. De staatssecretaris wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van eisers, vastgesteld op €418,50. De rechtbank sluit de procedure zonder zitting af omdat partijen daarmee instemden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt de staatssecretaris een termijn van acht weken en een dwangsom op voor het nemen van nieuwe besluiten op de asielaanvragen.