ECLI:NL:RBDHA:2023:20554
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag met oplegging dwangsom
Eiser diende op 6 april 2022 een asielaanvraag in bij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De staatssecretaris heeft niet tijdig een besluit genomen binnen de wettelijke beslistermijn, die op grond van de Vreemdelingenwet 2000 en het Wijzigingsbesluit Vreemdelingencirculaire 2022 verlengd was tot 6 juli 2023.
Eerder beroep van eiser werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg was ingediend. Na het verstrijken van de verlengde beslistermijn stelde eiser de staatssecretaris op 12 juli 2023 in gebreke en diende op 19 september 2023 een nieuw beroep in. De rechtbank constateert dat de staatssecretaris nog geen besluit heeft genomen en verklaart het beroep gegrond.
De rechtbank legt een beslistermijn van zestien weken op, passend bij het 8+8-wekenmodel, rekening houdend met het feit dat eiser nog niet is gehoord over zijn asielmotieven. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd, met een maximum van €7.500, voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden.
De staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €418,50. De rechtbank sluit de procedure zonder zitting en benadrukt dat de staatssecretaris de aanvraag met voortvarendheid moet behandelen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een beslistermijn van zestien weken en een dwangsom op aan de staatssecretaris.