Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris.
Inleiding
uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van die
uitspraak.
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 13 juli 2021 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank Amsterdam verklaarde op 20 december 2022 het beroep van eiser gegrond en gaf de staatssecretaris een termijn van drie maanden om een nieuw besluit te nemen. Ondanks ingebrekestelling en verstreken termijnen heeft de staatssecretaris nog geen besluit genomen.
De rechtbank stelt vast dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ontvankelijk en gegrond is. De rechtbank wijst op het gezag van het eerdere vonnis en het ontbreken van voortgang in het dossier, waaronder het niet uitvoeren van noodzakelijke medische onderzoeken. Tevens is de maximale termijn van 21 maanden overschreden.
De rechtbank vernietigt het niet tijdig nemen van het besluit en draagt de staatssecretaris op binnen acht weken alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €7.500 bij overschrijding van deze termijn. De staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig nemen van het besluit wordt vernietigd en de staatssecretaris krijgt acht weken om alsnog te besluiten onder dreiging van een dwangsom.