ECLI:NL:RBDHA:2023:20724
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Polen
Eiseres, met de Somalische nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Polen volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiseres voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Polen niet langer geldt vanwege erbarmelijke leefomstandigheden, slechte medische zorg en discriminatie in Polen, en verwees naar prejudiciële vragen die door de rechtbank Den Bosch aan het Hof zijn gesteld.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Polen zijn internationale verplichtingen niet nakomt en dat er geen concrete bewijsstukken zijn over systeemtekortkomingen. De rechtbank zag geen reden om het beroep aan te houden in afwachting van de prejudiciële vragen en verklaarde het beroep kennelijk ongegrond.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen connexiteit meer was. Eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter zonder zitting.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard.