ECLI:NL:RBDHA:2024:10143
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Polen
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende vreemdeling, diende op 4 december 2023 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam de aanvraag niet in behandeling omdat Polen op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. Polen stemde in met de overnameverzoek van Nederland.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Polen niet langer geldt vanwege rapporten en jurisprudentie die wijzen op systematische tekortkomingen in de Poolse asielprocedure en opvang, en dat hij risico loopt op detentie en onmenselijke behandeling bij terugkeer. Tevens stelde eiser dat het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen omdat in het voornemen niet op zijn individuele situatie werd ingegaan.
De rechtbank oordeelde dat het vermoeden van correcte behandeling in Polen niet is weerlegd. De aangevoerde rapporten en jurisprudentie zijn onvoldoende concreet om een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 EU Pro-Handvest aan te nemen. Ook is niet aannemelijk dat eiser bij terugkeer in detentie zal worden geplaatst. Ten aanzien van de zorgvuldigheid van het besluit is geoordeeld dat het voornemen voldoende motivering bevatte en dat in het bestreden besluit de individuele situatie van eiser is meegewogen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de asielaanvraag niet in behandeling wordt genomen en dat eiser mag worden overgedragen aan Polen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser mag worden overgedragen aan Polen.