ECLI:NL:RBDHA:2023:20836
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring vervolgberoep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
De rechtbank Den Haag behandelde het vervolgberoep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Eiser, met de Tunesische nationaliteit, voerde aan dat er geen zicht was op uitzetting naar Tunesië binnen een redelijke termijn en dat termijnen waren overschreden. De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken waarin reeds was vastgesteld dat er zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn en dat er geen nieuwe feiten waren die tot een ander oordeel leidden.
Hoewel de rechtbank constateerde dat de termijn voor het sluiten van het onderzoek niet binnen de wettelijke termijn van een week was gehaald, oordeelde zij dat deze termijnoverschrijding geen nadelige gevolgen had voor eiser. De overschrijding was ingegeven door het belang van eiser om zijn gronden in te dienen. De ambtshalve toetsing leidde niet tot het oordeel dat het voortduren van de maatregel onrechtmatig was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter E.F. Bethlehem en is definitief, daartegen staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.