ECLI:NL:RBDHA:2023:18731
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting afgewezen
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 4 augustus 2023 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft eerder al meerdere malen de rechtmatigheid van de maatregel getoetst en concludeerde dat deze tot het sluiten van het laatstelijke onderzoek op 31 oktober 2023 rechtmatig was.
In dit vervolgberoep stond centraal of de maatregel sindsdien nog steeds gerechtvaardigd is, mede gelet op het zicht op uitzetting. Eiser stelde dat het zicht op uitzetting naar Algerije ontbrak, terwijl hij de Algerijnse nationaliteit heeft. De rechtbank constateerde dat verzoeken tot afgifte van laissez-passer waren ingediend bij zowel de Marokkaanse als de Algerijnse autoriteiten en verwees naar eerdere uitspraken waarin werd geoordeeld dat er zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn.
De rechtbank vond geen feiten of omstandigheden die tot een ander oordeel leiden en constateerde dat het voortduren van de maatregel niet onrechtmatig was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.