ECLI:NL:RBDHA:2023:14628
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht afgewezen
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, verzet zich tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 4 augustus 2023 door verweerder is opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelt dat er geen zicht is op uitzetting naar Tunesië binnen een redelijke termijn en dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt.
De rechtbank stelt vast dat de maatregel van bewaring reeds eerder rechtmatig is bevonden tot 16 augustus 2023. Sindsdien heeft verweerder op 1 september 2023 een rappellering gedaan bij de Tunesische autoriteiten over de aanvraag van een laissez-passer (LP) en is er een vertrekgesprek gevoerd met eiser. Dit wordt als voldoende voortvarendheid beoordeeld.
De rechtbank oordeelt dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn niet ontbreekt, aangezien de LP-aanvraag in behandeling is en er geen aanwijzingen zijn dat Tunesië geen LP zal afgeven. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.