Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[kind 3], V-nummers: [V-nummer 2] , [V-nummer 3] en [V-nummer 4]
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens het Dublinverdrag.
Tijdens de zitting was eiseres en haar gemachtigde afwezig. Uit het dossier blijkt dat eiseres op 25 oktober 2023 met onbekende bestemming (MOB) is vertrokken en sindsdien geen contact meer onderhoudt met haar gemachtigde. De gemachtigde heeft geen aanwijzingen dat eiseres nog belang heeft bij de procedure.
De rechtbank volgt vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die stelt dat bij vertrek met onbekende bestemming zonder kennisgeving aan de staatssecretaris wordt aangenomen dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op de bescherming in Nederland.
Omdat eiseres en haar gemachtigde geen contact meer hebben en eiseres niet op de zitting is verschenen, concludeert de rechtbank dat zij geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij de behandeling van het beroep. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst zij de proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na vertrek met onbekende bestemming.