ECLI:NL:RBDHA:2023:21069
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waarde woning en WOZ-aanslag in Rijswijk
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen de vastgestelde WOZ-waarde en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting voor het jaar 2021 van een woning in Rijswijk. Verweerder had de waarde vastgesteld op €437.000, terwijl eiser een lagere waarde van €408.000 bepleitte.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. Dit was onderbouwd met een taxatieverslag en een matrix met vergelijkingsobjecten, waarbij rekening was gehouden met verschillen in inhoud, perceeloppervlakte, kwaliteit en onderhoud. De gehanteerde indexeringspercentages waren voldoende toegelicht en de vergelijkingsobjecten waren goed vergelijkbaar.
De stellingen van eiser, waaronder het ontbreken van inzicht in onderlinge verschillen en de indexering, werden verworpen. Ook het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen, omdat de vergoeding aan de gemachtigde toekomt. De rechtbank wees het beroep af en bevestigde de aanslag en waarde.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag is ongegrond verklaard en de waarde van €437.000 bevestigd.