Eiseres heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend op 24 augustus 2021. Verweerder heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, mede door een besluitmoratorium voor asielaanvragen uit Afghanistan en een daaropvolgende verlenging van de beslistermijn.
De rechtbank constateert dat de maximale beslistermijn van 21 maanden, zoals bedoeld in de Procedurerichtlijn, is overschreden op het moment dat eiseres verweerder in gebreke stelde op 25 mei 2023. Eiseres heeft vervolgens tijdig beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en legt een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen. Daarnaast wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 7.500,-. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres van € 418,50.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige maar ook tijdige besluitvorming en stelt dat de rechtbank rekening houdt met de overschrijding van de beslistermijn bij het bepalen van de termijn. De uitspraak is gedaan door rechter A. Skerka en griffier N. Khalloufi op 24 augustus 2023.