Uitspraak
zaaknummer: NL23.33451
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Soedanese nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling werd genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling volgens het Dublinverdrag.
Eiser stelde dat de opvang in Spanje tekortschiet, verwijzend naar het AIDA-rapport 2022, discriminatie en een lopende inbreukprocedure van de Europese Commissie tegen Spanje. Hij betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is vanwege de slechte opvangsituatie.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van structurele tekortkomingen die een reëel risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro opleveren. Het AIDA-rapport en andere informatie zijn reeds door de hoogste bestuursrechter betrokken en geven geen aanleiding tot afwijking van het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank benadrukte dat eiser concrete aanwijzingen moet leveren en dat de enkele verwijzing naar rapporten en procedures onvoldoende is. Ook is niet gebleken dat het voor eiser onmogelijk is om klachten in Spanje in te dienen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep kennelijk ongegrond en wees de aanvraag af zonder proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt bevestigd.