Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 12 december 2023 in de zaak tussen
[bedrijfsnaam] ,
het college van burgemeester en wethouders van [gemeente] , verweerder
[naam 1]en
[naam 2], uit [woonplaats] (vergunninghouders)
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de omgevingsvergunning die aan vergunninghouders is verleend voor het legaliseren van bestaande voorzieningen en het gebruik van een perceel voor het houden en berijden van paarden en een pony.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld aan de hand van verschillende beroepsgronden, waaronder de rechtmatigheid van de verklaring van geen bedenkingen (vvgb), de toetsing aan het Bouwbesluit 2012, het overgangsrecht, de Provinciale Verordening Ruimte 2014, milieuregelgeving en de watertoets.
De rechtbank oordeelt dat de gemeenteraad de vvgb rechtmatig heeft afgegeven, dat de toetsing aan het Bouwbesluit adequaat is uitgevoerd, en dat het gebruik en de bouwwerken niet beschermd zijn door overgangsrecht maar rechtmatig zijn toegestaan via een buitenplanse afwijkingsbevoegdheid. Tevens is vastgesteld dat de milieuregelgeving en wateraspecten voldoende zijn gewaarborgd.
Daarnaast zijn de door eisers aangevoerde privaatrechtelijke belemmeringen niet evident en geen reden voor vernietiging van het besluit. De belangenafweging door verweerder is zorgvuldig en de nadelige gevolgen zijn niet onevenredig. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor legalisatie van paardenhouderij en voorzieningen wordt ongegrond verklaard.