ECLI:NL:RVS:2020:2599
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en instandhouding omgevingsvergunning bouw appartementen Arnhem
Het college van burgemeester en wethouders van Arnhem verleende op 4 april 2018 een omgevingsvergunning aan de eigenaar van percelen in Arnhem voor het verbouwen van een dubbel woonhuis tot zes appartementen. Omwonenden, waaronder appellant, stelden bezwaar tegen deze vergunning vanwege aantasting van uitzicht en privacy.
De rechtbank Gelderland verklaarde het bezwaar deels gegrond en vernietigde het besluit voor zover het de bouwhoogte betrof. Hiertegen stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep behandeld en overwogen dat het terras met hekwerk als bouwwerk moet worden aangemerkt en onder de bouwregels valt.
Verder oordeelde de Afdeling dat het hekwerk op het dakterras niet als element van beperkte omvang kan worden gezien en dat het complex de maximale bouwhoogte met circa 1 meter overschrijdt. Desondanks heeft het college de belangen van omwonenden meegewogen en was de vergunningverlening redelijk. Ook werd een evidente privaatrechtelijke belemmering niet vastgesteld.
De Afdeling concludeert dat het college de omgevingsvergunning terecht heeft verleend en vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze het besluit op bezwaar en de vergunning herroept. Tevens veroordeelt zij het college tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en bevestigt de omgevingsvergunning voor de bouw van zes appartementen.