ECLI:NL:RBDHA:2023:21349
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen Russische Tsjetsjeense broers op grond van Dublinverordening
De rechtbank Den Haag heeft op 20 december 2023 de beroepen van twee Russische broers van Tsjetsjeense afkomst tegen het niet in behandeling nemen van hun asielaanvragen beoordeeld. De asielaanvragen werden niet in behandeling genomen omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De broers vreesden discriminatie en refoulement bij terugkeer naar Kroatië, maar konden geen concrete aanknopingspunten aanvoeren dat het beschermingsbeleid van Kroatië fundamenteel verschilt van dat van Nederland.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, dat inhoudt dat Kroatië zijn internationale verplichtingen nakomt en dat een risico op refoulement door Kroatië wordt uitgesloten. De aangevoerde nieuwsartikelen en omstandigheden boden onvoldoende bewijs voor een reëel risico op schending van het verbod op refoulement. Ook verwees de rechtbank naar een recent arrest van het Hof van Justitie van de EU dat bevestigt dat de rechter bij een overdrachtsbesluit niet toetst aan het risico op refoulement.
Daarom werden de beroepen ongegrond verklaard en de verzoeken om voorlopige voorzieningen afgewezen. De eisers kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard en de verzoeken om voorlopige voorzieningen afgewezen.