ECLI:NL:RBDHA:2023:21377

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 augustus 2023
Publicatiedatum
18 januari 2024
Zaaknummer
NL23.17493
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 42 Vw 2000
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen asielaanvraag

Eiser heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend op 15 maart 2022. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft de beslistermijn verlengd met negen maanden tot uiterlijk 13 juni 2023 vanwege complexe feitelijke of juridische kwesties.

Eiser heeft op 10 mei 2023 een ingebrekestelling ingediend, terwijl de beslistermijn nog niet was verstreken. Hierdoor is de ingebrekestelling prematuur en niet geldig als voorwaarde voor het instellen van beroep wegens niet tijdig beslissen.

De rechtbank oordeelt dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter A. Skerka en griffier D.A.M. Delger op 10 augustus 2023.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.17493
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser V-nummer: [V nummer]

(gemachtigde: mr. L.M. Weber), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag).

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.1
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2

Is het beroep van eiser ontvankelijk en gegrond?

3. Eiser heeft de aanvraag ingediend op 15 maart 2022. Verweerder moet uiterlijk binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen.3 Bij brief van 7 september 2022 heeft verweerder aan eiser meegedeeld dat hij aanleiding ziet om de termijn om te beslissen op zijn asielaanvraag met ten hoogste negen maanden te verlengen op grond van artikel 42, vierde lid, onder a, van de Vw 2000, en dat de beslistermijn uiterlijk op 13 juni 2023 eindigt. Verweerder heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat sprake is van complexe feitelijke of juridische kwesties. Daarbij heeft verweerder gewezen op de brief aan de Tweede Kamer van 30 september 2021 (kenmerk: 3507397) over de uitspraken van de
1. Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Dit volgt uit artikel 6:2 en Pro 6:12 van de Awb.
3 Dit staat in artikel 42 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 juli 2021 over Griekse statushouders.4
4. Eiser heeft verweerder op 10 mei 2023 in gebreke gesteld. De termijn om te beslissen op zijn aanvraag was nog niet verstreken toen hij de ingebrekestelling indiende bij verweerder. De ingebrekestelling is daarmee prematuur. Dat maakt dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van een beroep op grond van het niet tijdig beslissen door verweerder, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
5. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van D.A.M. Delger, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
10 augustus 2023

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.