ECLI:NL:RBDHA:2023:21640
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinprocedure Polen
Eiser, een asielzoeker met de Belarussische nationaliteit, diende op 3 april 2023 een asielaanvraag in in Nederland. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Polen verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening, gelet op een eerdere asielaanvraag van eiser in Polen op 17 oktober 2021.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Polen niet langer geldt vanwege slechte detentieomstandigheden, twijfel over de onafhankelijkheid van de Poolse rechtspraak en het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij overdracht. De rechtbank oordeelde dat het uitgangspunt blijft dat Polen zijn internationale verplichtingen nakomt en dat de aangevoerde informatie geen aanleiding geeft dit te betwijfelen.
De rechtbank erkent dat pushbacks plaatsvinden in Polen, maar stelt dat eiser met een claimakkoord toestemming heeft om het Poolse grondgebied te betreden, waardoor het vertrouwensbeginsel niet vervalt. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat eiser in detentie zal worden geplaatst. De rechtbank volgt eerdere jurisprudentie dat Polen toegang biedt tot een onafhankelijke rechter en een eerlijke procedure.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen en dat er geen bijzondere individuele omstandigheden zijn die toepassing van artikel 17 Dublinverordening Pro rechtvaardigen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.