Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
[Opposant] , opposant, V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr. F.E.J. Valk, griffier.
Rechtbank Den Haag
Opposant heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van 7 mei 2021, waarin zijn beroep tegen de beslissing van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid ongegrond werd verklaard. De staatssecretaris had geoordeeld dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van opposant op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft in het verzet beoordeeld of de eerdere uitspraak terecht zonder zitting is gedaan en of het beroep buiten redelijke twijfel ongegrond is. Opposant voerde aan dat zijn bijzondere, individuele omstandigheden, zoals slechte opvangomstandigheden in Italië, onvoldoende waren meegewogen en verwees naar het arrest Halaf van het HvJEU.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel terecht is toegepast en dat de aangevoerde omstandigheden geen bijzondere, individuele omstandigheden zijn in de zin van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. De rechtbank volgde hiermee eerdere uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Daarmee blijft de beslissing dat Italië verantwoordelijk is voor de asielaanvraag van opposant in stand en is het verzet ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet tegen de beslissing dat Italië verantwoordelijk is voor de asielaanvraag is ongegrond verklaard.