ECLI:NL:RBDHA:2023:21648
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid terugkeerrisico en medische gronden
Eiser, van Surinaamse nationaliteit, vroeg asiel aan vanwege vermeende problemen met militaire coupplegers en gezondheidsredenen. De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, stellende dat de deelname aan demonstraties in 1980 geen actueel risico oplevert en dat eiser onvoldoende medische gegevens aanleverde.
De rechtbank behandelde het beroep na aanhouding en concludeerde dat de staatssecretaris terecht geen medisch advies opvroeg, omdat er geen concrete aanwijzingen waren dat dit nodig was. Ook werd het onderscheid in de ambtshalve toetsing tussen vroege en late asielaanvragen als redelijk beoordeeld.
Verder oordeelde de rechtbank dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor uitstel van vertrek op medische gronden en dat de verwijzing naar verdragsartikelen niet onderbouwd was. Het ontbreken van een handtekening op het besluit was geen reden tot vernietiging.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenvergoedingen af. Eiser kan tegen deze uitspraak binnen een week hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.