ECLI:NL:RBDHA:2023:21673
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten bij beroep tegen niet tijdig beslissen door Staatssecretaris
Verzoekster is in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen van de Staatssecretaris op haar aanvraag. Nadat het beroep was ingesteld, heeft de Staatssecretaris alsnog een beslissing genomen. Verzoekster heeft daarop het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van haar proceskosten.
De rechtbank heeft geen zitting gehouden omdat dit niet nodig was volgens artikel 8:54 Awb Pro. De Staatssecretaris heeft geen bezwaar gemaakt tegen het verzoek om proceskostenvergoeding. De rechtbank heeft vastgesteld dat verzoekster recht heeft op een vergoeding van € 209,25, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en een wegingsfactor van 0,25 vanwege het zeer lichte gewicht van de zaak.
De rechtbank overweegt dat het belang van het beroep beperkt was en de zaak eenvoudig van aard, waardoor een lagere categorie dan gemiddeld wordt gehanteerd. Er zijn geen aanvullende kosten vastgesteld. De uitspraak is gedaan door rechter A. Skerka en griffier D.A.M. Delger op 20 december 2023.
Uitkomst: De Staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van € 209,25 aan proceskosten aan verzoekster.