ECLI:NL:RBDHA:2023:21673

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 december 2023
Publicatiedatum
29 januari 2024
Zaaknummer
NL23.33347
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten bij beroep tegen niet tijdig beslissen door Staatssecretaris

Verzoekster is in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen van de Staatssecretaris op haar aanvraag. Nadat het beroep was ingesteld, heeft de Staatssecretaris alsnog een beslissing genomen. Verzoekster heeft daarop het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van haar proceskosten.

De rechtbank heeft geen zitting gehouden omdat dit niet nodig was volgens artikel 8:54 Awb Pro. De Staatssecretaris heeft geen bezwaar gemaakt tegen het verzoek om proceskostenvergoeding. De rechtbank heeft vastgesteld dat verzoekster recht heeft op een vergoeding van € 209,25, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en een wegingsfactor van 0,25 vanwege het zeer lichte gewicht van de zaak.

De rechtbank overweegt dat het belang van het beroep beperkt was en de zaak eenvoudig van aard, waardoor een lagere categorie dan gemiddeld wordt gehanteerd. Er zijn geen aanvullende kosten vastgesteld. De uitspraak is gedaan door rechter A. Skerka en griffier D.A.M. Delger op 20 december 2023.

Uitkomst: De Staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van € 209,25 aan proceskosten aan verzoekster.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.33347
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. M.O. Wattilete), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten. Verweerder heeft gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
3. Verzoekster is op 20 oktober 2023 in beroep gegaan, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag. Op 1 december 2023 heeft verweerder alsnog een beslissing genomen op die aanvraag. Verzoekster heeft daarna het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
4. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoekster en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van verzoekster te betalen.
5. Omdat verweerder pas nadat verzoekster in beroep is gegaan een beslissing heeft genomen, krijgt verzoekster een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Bpb is dit een vast bedrag, omdat verzoekster een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor haar een beroepschrift in te dienen.
6. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekster die verweerder moet betalen vast op € 209,25. De rechtbank hanteert een wegingsfactor van 0,25, omdat deze zaak van zeer licht gewicht is. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat in dit geval sprake is van een beroep vanwege het niet tijdig beslissen, waarbij het – al dan niet in geld uit te drukken – belang zeer beperkt is en de aard van de zaak zeer eenvoudig is. Dat geeft aanleiding om ten aanzien van het in onderdeel C1 van de bijlage bij het Bpb opgenomen gewicht van de zaak twee categorieën lager te hanteren dan ‘gemiddeld’. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van 4 september 20231. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van
€ 209,25.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van D.A.M. Delger, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
20 december 2023

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.