Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van verweerder op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf voor het verblijfsdoel 'familie en gezin'. Nadat verweerder op 24 juli 2023 alsnog een inwilligend besluit nam, verloor eiser het belang bij het beroep, waardoor dit kennelijk niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank overweegt dat verweerder te laat heeft beslist, waardoor het beroep terecht was ingesteld. Ondanks het niet-ontvankelijk verklaren van het beroep, ziet de rechtbank aanleiding verweerder te veroordelen in de proceskosten van eiser, omdat het bestreden besluit te laat is genomen.
De proceskosten worden vastgesteld op €209,25, met een wegingsfactor van 0,25 vanwege het lichte gewicht van de zaak en het beperkte belang. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht van €184. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier D.A.M. Delger op 21 september 2023.